Basisnota

Voor een duurzame, rechtvaardige en veerkrachtige samenleving

Corona Coalitie

3 juni 2020

Het coronavirus Covid-19
Coronavirus
covid-19
coronavirus
creëert een economische schok en een wereldwijde recessie. Massale staatsinterventie probeert een depressie zoals in de jaren dertig van vorige eeuw te voorkomen. De schok verscherpt de internationale financiële onevenwichten en de economische, sociale, ecologische en democratische crises die al voor de pandemie zichtbaar waren. De kwetsbaarheden als gevolg van de neoliberale globalisering en van de druk op de welvaartsstaat, de openbare diensten en de social profit sinds vier decennia worden zichtbaar. Het herinnert eraan dat internationale solidariteit onontbeerlijk is in een onderling afhankelijke wereld waarin menselijke samenlevingen met elkaar verbonden zijn. Alleen zo kunnen we doeltreffend reageren op de problemen van sommigen, die immers ook de problemen van anderen zijn.

Net als in 2008, zij het om andere redenen, wordt beroep gedaan op de staat om het economisch systeem dat dreigt in te storten te redden. In plaats van een terugkeer naar het keynesiaanse beleid is dit een nieuw voorbeeld van de staat die dringend wordt opgeroepen als ‘brandweer’ om te redden wat er te redden valt. Om daarna diezelfde staaat misschien te dwingen een nieuwe bezuinigingskuur te ondergaan, met desastreuze economische, sociale, ecologische en democratische gevolgen. De échte uitdaging bestaat er echter in om kortetermijnmaatregelen te nemen die de economische transformatie op langere termijn bevorderen, naar een duurzamer, rechtvaardiger en veerkrachtiger systeem. Het welzijn, het recht op welvaart en de emancipatie van burgers moeten de drijvende kracht zijn achter overheidsoptreden. Zo moet de overheid in nauwe samenwerking met de verschillende geledingen van de samenleving een duurzaam, inclusief en mobiliserend maatschappelijk project opzetten.

Een dergelijk maatschappelijk project moet op lange termijn het algemeen belang en de universele toegang tot een waardig leven en gelijke rechten garanderen, met respect voor het milieu en de fundamentele vrijheden. De totstandbrenging van een welvaartsstaat die is aangepast aan de hedendaagse economische, sociale, ecologische en democratische uitdagingen is in dit verband een beslissende uitdaging:

  • Een strategische staat, die de verschillende economische en sociale actoren ertoe brengt hun strategieën af te stemmen op de langetermijndoelstellingen van de transformatie van de economie en de samenleving. We mogen er ons dus niet toe beperken bedrijven in moeilijkheden in strategische sectoren te redden zonder tegenprestatie. We moeten hen daarentegen strenge duurzaamheidscriteria opleggen. Dit betekent ook de herlokalisering en diversificatie van productieketens bevorderen in als strategisch beschouwde sectoren.
  • Een regelgevende staat, die erin slaagt om sociale, ecologische en gezondheidsnormen voor bedrijven en financiële instellingen te bepalen, om zo de internationale handel en de wereldwijde financiering tot hefbomen voor duurzame ontwikkeling te maken. De handels- en investeringsovereenkomsten waarover de EU onderhandelt, moeten deze doelstelling nastreven.
  • Een sociale staat, die de financiering van de sociale zekerheid en de openbare diensten garandeert (te beginnen met het garanderen van ieders grondrechten, zoals gezondheid, huisvesting, water, energie en voedsel), die inkomens gelijk verdeelt tussen kapitaal en werk, die de sociale ongelijkheid vermindert en armoede uitroeit, met name door ervoor te zorgen dat alle inkomens boven de armoedegrens liggen en gelijk zijn voor mannen en vrouwen. De huidige crisis herinnert ons aan de vitale rol van sociale bescherming, openbare diensten en de social profit, en heeft tegelijk essentiële maar ondergewaardeerde beroepen zichtbaar gemaakt, zoals ziekenhuispersoneel, kassabedienden, chauffeurs van het openbaar vervoer, vuilnisophalers, oppervlaktetechnici, leerkrachten, enz..
  • Een ecologische staat, die in staat is burgers te beschermen tegen ecologische en gezondheidsrisico’s, de biodiversiteit te behouden en energie, vervoer, industrie, landbouw en huisvesting koolstofvrij te maken, zoals beoogd door de Europese Green Deal Green Deal
    Pacte vert européen
    , waarmee de herstelplannen in overeenstemming moeten zijn.
  • Een democratische staat, die sociaal overleg en een deliberatieve en participatieve democratie bevordert, die de belangrijkste belanghebbenden bij besluitvormingsprocessen betrekt, die de openbare vrijheden, de mensenrechten en het samenleven garandeert, die multilaterale samenwerking en internationale solidariteit bevordert.
  • Een efficiënte staat, die zijn opdrachten goed uitvoert, een positieve invloed heeft op het welzijn van de samenleving en zorgt voor een goede samenwerking tussen al zijn geledingen.

Dit perspectief houdt in dat overheden voldoende budgettaire ruimte hebben. Omdat de huidige crisis juist een explosie van de overheidsschuld veroorzaakt, zijn maatregelen nodig in verhouding tot deze ongeziene crisis:

  • De onderlinge verdeling van de schulden: Door de schulden die EU-lidstaten maken voor de aanpak van de coronacrisis te bundelen via de uitgifte van euro-obligaties, zouden de rentetarieven voor de meer kwetsbare landen dalen en contraproductieve ESM-voorwaarden (European Stability Mechanism) worden vermeden.
  • De groene munt: De Europese Centrale Bank (ECB) kan door de Europese Investeringsbank (EIB) uitgegeven nulrente-obligaties kopen voor de financiering van milieuprojecten in de lidstaten. Aangezien de ECB bij de vorige kwantitatieve versoepeling al 2600 miljard euro heeft geïnjecteerd tussen 2015 en 2018, zou zij alleen oude, aflopende obligaties moeten vervangen door nieuwe, door de EIB uitgegeven milieuobligaties om de middelen te heroriënteren naar de financiering van een rechtvaardige ecologische transitie, zonder dat er nieuw geld wordt gecreëerd.
  • Schuldkwijtschelding: De door de ECB in het kader van de kwantitatieve versoepeling aangekochte overheidsschuldbewijzen worden op de balans van de ECB gehouden. Ongeveer een kwart van de overheidsschuld van de lidstaten is dus in handen van de ECB. De ECB zou zich kunnen verbinden tot het eeuwig aanhouden van deze schuld. Zij kan zelfs beslissen om deze schuld geheel of gedeeltelijk af te schrijven door eenvoudigweg de vergeven vorderingen te vergoeden.
  • De staatsburgerslening: Staten kunnen binnenlands spaargeld mobiliseren spaarrekeningen te creëren die specifiek bestemd zijn voor de financiering van de Green New Deal. Ze kunnen die aantrekkelijk maken door een gegarandeerd rendement en een fiscaal voordeel. Een volkskrediet van de staat zou zo 20 tot 30 miljard euro kunnen ophalen in België om de KMO’s te steunen en de energietransitie, de renovatie van woningen, het openbaar vervoer, enz. te financieren.
  • Fiscale rechtvaardigheid: Om opnieuw tot een welvaartsstaat te komen die is aangepast aan de hedendaagse uitdagingen, moeten bezuinigingen geweigerd worden en fiscale dumping, onrechtvaardigheid en belastingontwijking beëindigd. Dit houdt in dat alle types inkomsten van fysieke personen op een gelijke manier en progressief worden belast, waarbij de laagste inkomens worden vrijgesteld; dat een progressieve belasting op winst uit vermgen wordt ingevoerd en en een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting worden ingevoerd; dat er op Europees niveau een eenheidsbelasting komt op de winsten van transnationale ondernemingen, nadat ze zijn verdeeld over de verschillende landen waar hun activiteiten plaatsvonden; dat een belasting op internationale financiële transacties worden ingevoerd; dat een progressieve koolstofbelasting en een koolstofaanpassingsmechanisme aan de grenzen van de EU worden ingevoerd.
  • Internationale samenwerking: Een wereldwijde crisis kan niet worden opgelost door de meerderheid van de wereldbevolking te negeren. Het mobiliseren van 0,7 procent van het BNI van rijke landen voor ontwikkelingshulp, het kwijtschelden van de schuld van arme landen en het uitgeven van SDR’s (Special Drawing Rights) door het IMF zou ontwikkelingslanden helpen de crisis te boven te komen.

Om de rol van de staat te herwaarderen moet ook de mythe van de buitensporige overheidsuitgaven worden ontkracht. Neo-liberale en nationaal-populistische retoriek hekelen dat de overheidsuitgaven de helft van het BBP van de lidstaten van de eurozone bedragen (52% in België). Om te beginnen zijn het merendeel hiervan geen echte „uitgaven”, maar slechts bedragen die door het socialezekerheidsstelsel passeren. Ten tweede meet het BBP niet het totaal van de uitgaven, maar de som van de geproduceerde toegevoegde waarde, terwijl de toegevoegde waarde van de publieke sector slechts ongeveer 15% van het BBP vertegenwoordigt. Ten derde is de som van de publieke en private sociale uitgaven in de verschillende landen gelijkwaardig, terwijl de eerste eerlijker en efficiënter is dan de tweede (zoals blijkt uit de vergelijking tussen de gezondheidsstelsels in Europa en de Verenigde Staten). De overheidsuitgaven weerspiegelen de ontwikkeling van de welvaartsstaat en zijn noodzakelijk voor de totstandkoming van een Green New Deal die een duurzame en gedeelde welvaart garandeert.