Positienota

Een Wederopbouwplan

Corona Coalitie

21 september 2020

De recessie als gevolg van de coronacrisis verergert de ongelijkheden. In België is de toename van de besparingen aanzienlijk en geconcentreerd in een deel van de bevolking. Het verbergt het feit dat het voor bijna één op de twee Belgen bescheiden of zelfs onbestaand is, terwijl werkloosheid en dalende inkomsten de laagste inkomens, de huurders, de personen zonder stabiel inkomen en de meest kwetsbare sociale categorieën onevenredig zwaar belasten. Daarom moet het wederopbouwplan erop gericht zijn de ongelijkheden te verminderen en de armoede uit te roeien:

  • Een wederopbouwplan goedkeuren dat zich prioritair richt op de laagste inkomens en de meest kwetsbare sociale categorieën.
  • Zorg ervoor dat alle inkomens boven de armoedegrens liggen en gelijk zijn voor mannen en vrouwen.
  • Zorg voor universele toegang tot huisvesting, water en energie.
  • Geef het nodige gewicht aan beroepen en functies met een hoog maatschappelijk nut.

Daarnaast moet het wederopbouwplan ook het milieu en het klimaat ten goede komen. Stimulerende kortetermijnbeslissingen die in overeenstemming zijn met de transformatiedoelstellingen van de economieën op langere termijn. Wederopbouwplannen moeten in lijn zijn met de klimaatdoelstellingen en uitgevoerd worden volgens de uitgangspunten van de European Green Deal Green Deal
Pacte vert européen
. Daarom moet het wederopbouwplan de vorm aannemen van een plan om de productie- en consumptiepatronen te transformeren en de rechtvaardige transitie naar een koolstof- en grondstofarme samenleving en met respect voor de biodiversiteit bevorderen:

  • Stimulusplannen moeten worden opgesteld in samenwerking met de sociale partners en het middenveld, en zijn gericht zijn op de realisatie en versterking van de Europese Green Deal. Investeringen en maatregelen moeten focussen op een rechtvaardige transitie in sectoren die essentieel zijn om de weerbaarheid van onze samenleving te verhogen en voor de transitie naar een koolstofarme samenleving zoals hernieuwbare energie, infrastructuur voor emissievrij openbaar vervoer, renovatie en isolatie van gebouwen, een circulaire economie, agroecologie en volksgezondheid. Meer algemeen moet de aandacht gaan naar duurzame, veerkrachtige sectoren die hoogstaande, lokale banen scheppen.
  • Maak een einde aan subsidies en investeringen in fossiele brandstoffen.

Op Europees niveau bestaat het risico dat onsamenhangende stimulusplannen onsamenhangende doelstellingen nastreven, dat renteverschillen de meest kwetsbare lidstaten verzwakken en dat lidstaten die voor fiscale expansie kiezen, worden overspoeld met importen uit andere lidstaten die voor begrotingsdiscipline hebben gekozen. Daarom moeten de herstel- en transformatieplannen op Europees niveau worden gecoördineerd:

  • Bundelen van de schuld voor de financiering van een Europees wederopbouwplan via de uitgifte van euro-obligaties door de Europese Commissie, met het oog op het verlagen van de rentetarieven in de meest kwetsbare lidstaten en het kunnen verlenen van begrotingssteun.
  • Herziening van de EU-begrotingsregels en het „Europees semester” om ervoor te zorgen dat de lidstaten de begrotingsruimte hebben om duurzame ontwikkeling te financieren en om de kwaliteit van de werkgelegenheidscriteria en een maatstaf voor de reële kosten van de activiteiten te integreren (rekening houdend met negatieve externe effecten).

Op internationaal niveau heeft de coronacrisis een negatieve invloed op alle 17 VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDGs), terwijl de schuldencrisis ontwikkelingslanden berooft van de fiscale ruimte die nodig is om het beleid voor duurzame ontwikkeling te financieren. Daarom moeten de wederopbouwplannen van de rijke landen in overeenstemming zijn met de agenda van de Verenigde Naties voor 2030 voor duurzame ontwikkeling:

  • Mobilisatie van 0,7% van het BNI in officiële ontwikkelingshulp, 100 miljard dollar voor de internationale klimaatfinanciering en de kwijtschelding van de schuld van arme landen ter ondersteuning van hun duurzame ontwikkelingsstrategieën.
  • In de handelsovereenkomsten waarover de EU onderhandelt, bindende sociale, milieu- en gezondheidsnormen voor bedrijven en financiële instellingen opnemen, teneinde de internationale handel en de mondiale financiering tot hefbomen voor duurzame ontwikkeling te maken.
  • Garanderen dat Belgische en Europese bedrijven in al hun activiteiten en gehele waardeketens niet bijdragen aan milieudegradatie en schendingen van sociale- en mensenrechten. België moet een constructieve houding aannemen bij de besprekingen over een bindend VN verdrag inzake bedrijven en mensenrechten en het toekomstige voorstel van de Europese Commissie voor een Europese zorgplichtwet, en tegelijk werk maken van een Belgische zorgplichtwet.